Positie van de aerobar

De mooie foto’s die Bauke Wagenmakers tijdens de K-Swiss Zandvoort Circuit Triathlon heeft geschoten zijn voor mij de ideale gelegenheid om weer eens te kijken naar de positie van triatleten op hun fiets. Nog steeds wordt het effect van een goede positie enorm onderschat. Maar wat ook opvalt is dat atleten soms helemaal niet zo verkeerd op hun fiets zitten, maar dat hun positie nadelig wordt beïnvloed door een incorrecte positie van de aerobar en ze zo onbedoeld veel luchtweerstand opwekken.

Ik noem atleten met deze positie altijd ‘luchtscheppers’. De fout die deze atleten maken is een heel begrijpelijke, en een waar je makkelijk overheen kijkt. De meeste atleten kijken namelijk naar de positie van het ligstuur en of de extensions na montage mooi horizontaal staan. Waar niet naar gekeken wordt, en dat is veel belangrijker, is de relatie van het deel waar je de extension vasthoudt en de hoogte van de elleboogsteunen. Die moeten goed op elkaar afgestemd zijn en dat kan betekenen dat je dus je extensions onder een hoek wat omhoog moet plaatsen. Doe je dat niet dan krijg je uiteindelijk een positie zoals de atleet hierboven staat afgebeeld. Bij deze atleet is duidelijk te zien dat de elleboogsteunen hoger staan dan het uiteinde van zijn extensions waardoor de onderarmen in een naar beneden gerichte positie komen te staan. Dat heeft verschillende nadelen. Ten eerste wordt zijn frontale oppervlak vergroot wat de aerodynamische positie nadelig beinvloedt. Ten tweede ‘glijdt’ in deze positie je lichaamsgewicht langzaam naar voren en zit je je zelf vaak onbewust  tegen te houden door wat druk op het stuur uit te oefenen. Met enige regelmaat komen er atleten binnen die tijdens een BikeFit aangeven dat ze het gevoel hebben te schuiven op het zadel en het idee is dan ook vaak dat daar het probleem zit. Maar net zoals bij blessures het geval kan zijn zit de oorzaak van een probleem niet altijd op de plaats waar het probleem zich uit. In dit geval is vaak het niet goed gepositioneerd zijn van het ligstuur de boosdoener.

De atleet op de foto rechts heeft duidelijk zijn stuur veel beter gepositioneerd, en daardoor staan zijn onderarmen vrijwel horizontaal en zal hij zijn frontale oppervlak klein houden. Belangrijker nog is dat hij zal veel meer ontspannen op de fiets zal kunnen blijven zitten, omdat hij zijn eigen lichaamsgewicht niet hoeft tegen te houden. Dat wordt nu immers goed ondersteund door zijn bovenarmen, die als een soort tafelpoten zijn bovenlichaam ondersteunen. Duidelijk is ook het verschil in positie van de elleboogsteunen tussen beide personen. Bij de ‘luchtschepper’ zitten de elleboogsteunen net achter de polsen en dat is niet het deel van je arm waar je nou echt veel gewicht op kunt plaatsen. En het heten ook niet voor niets elleboogsteunen. Bij de andere atleet zitten de steunen ook daadwerkelijk daar waar ze horen te zitten, namelijk onder de ellebogen.

In de afbeelding hieronder is duidelijker te zien hoe de relatie van de elleboogsteunen en je extensions van belang is. En hoe het effect van de gebruikte soort extension ook een rol speelt in de afstelling van je elleboogsteunen. De positie van de steunen kan bij een ‘ski’-bend anders zijn dan een ‘s’ of ‘f’-bend.

De bovenste twee afbeeldingen zijn van een ‘s’ bend zoals bijv. de o.a. Profile T2, maar ook in vele andere modellen, wordt gebruikt. De afbeelding eronder is zoals de meeste ‘ski’ bend extensions zijn. De laatste afbeelding is een ‘ski’ bend extension met een zogenaamde ‘wrist relief’. Dit betekent dat de extension eerst een knikje naar beneden maakt voordat hij afbuigt naar boven. Daarmee wordt de pols een vrijwel neutrale positie gemanouvreerd. Maar er zijn meer type extensions, zoals bijvoorbeeld een ‘straight’ bend. Waarbij ‘bend’ in dit geval dus eigenlijk niet ter zake doet omdat er geen buiging in de extension zit. De extensions lopen in een rechte buis naar voren. Voor het vasthouden vereist dit een knik van de pols die zelden als comfortabel wordt ervaren en in vrijwel alle gevallen leidt tot ‘luchtscheppen’. Op de afbeelding is duidelijk te zien dat de elleboogsteunen aanzienlijk hoger op het stuur liggen dan waar de handen gepositioneerd worden. Tenzij het stuur zo geplaatst wordt dat de extensions niet horizontaal worden gemonteerd, maar onder een hoek naar boven toe, waarbij een atleet met een dergelijk stuur zo komt te zitten dat de onderarmen horizontaal liggen. Op de afbeelding met de atleet is overigens ook goed te zien dat het goed uitlijnen van de positie van de elleboogsteunen ten opzichte van de positie van de handen bij ‘straight’ bend extensions lastig is omdat de steunen dan lager komen te liggen dan het uiteinde van de extensions.

Zet je zelf eens voor de spiegel of doe de test met enkele collega triatleten en bekijk bij elkaar eens als je in de aero positie zit hoe je onderarmen geplaatst zijn. Ben je een ‘luchtschepper’ of juist niet?

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.

3 reacties

  1. Ivar - 18 juli 2011:

    Nou, te ver: meestal 78-80 graden schat ik. Dat de wielrenners dat niet ook doen heeft met de UCI regulering te maken, en dat ze eraan gewend zijn.

    nb Dat hangen ipv steunen op de aerobars heeft ook met de lengte vd voorbouw te maken. Die standaard 2 cm korter maken is wel aan te raden voor een compacte positie op een wegfiets.

  2. henny rovers - 27 juni 2011:

    wat mij opvalt is dat veel triathleten te ver over de trapas zitten en dan kun je nooit veel watts op je trappers overbrengen.dit is veel belangrijker dan je stuurstand.kijk maar bij de beste tijdrijders

  3. Henk - 26 juni 2011:

    Ik snap de conclusie luchtscheppen niet zo goed als gevolg van een niet horizontale armhouding. Is het niet zo dat de arm sowieso wegvallen voor het frontale oppervlak van de romp?

»